Denc Studio architecten -en studiebureau

 27.09.2012  |  te vaak veranderende EPB-invulling

Bij de berekening van een woning in de EPB-aangifte zijn er verschillende parameters die hun invloed hebben op de energieprestatie. Een gelijk(w)aardige beoordeling van de parameters is nodig om een eerlijk vergelijk tussen verschillende componenten/producten/systemen/woningen mogelijk te maken.

Er zijn specifieke normen dewelke de testprocedure beschrijven voor de bepaling van de lambda-waarde (~ isolatiewaarde van materialen); een andere norm zegt hoe de U-waarde van ramen dient te worden bepaald en nog andere dienen om het rendement van warmtepompen, condenserende ketels, … te bepalen. Het doel van al deze normen is om een eenduidige basis te geven die het mogelijk maakt om materialen en toestellen van verschillende fabrikanten met elkaar te vergelijken.

Zo ook bestaat er ook een norm voor de bepaling van het thermisch rendement van een ventilatietoestel met warmteterugwinning, nl. de NBN EN 308.
Deze norm is echter onvoldoende duidelijk waardoor elk testcentrum een eigen interpretatie van die norm kan toepassen. Dit zou kunnen leiden tot verschillende resultaten voor eenzelfde toestel. Zo voerden sommige fabrikanten tests uit op het gehele toestel zoals het in de woning geplaatst zou worden; terwijl anderen de warmtewisselaar uit de behuizing van het toestel haalden en in een luchtdichte box plaatsten. Het spreekt voor zicht dat de eerste methode een correcter beeld geeft van het werkelijke rendement.

Om dergelijke situaties te vermijden is aan de EPB een nieuwe bijlage G opgesteld. Hierin wordt een meer eenduidige testmethode vastgelegd (uiteraard blijvend gebaseerd op de norm NBN EN 308). Je zou de bijlage kunnen zien als een aanvulling/erratum bij een boekwerk.

Toestellen:
- op de markt gebracht ná 01/06/2011 dienen over een nieuw testrapport te beschikken;
- uitgebracht vóór 01/06/2011 kunnen (afhankelijk van het beschikbare rapport voor dat toestel) een equivalent rendement laten berekenen conform NBN EN 308. Deze mogelijkheid is slechts een tijdeljike maatregel.
Op onze vraag, verduidelijkte het VEA: “De omrekening volgens de erkenningsprocedures voor de EPBD-productgegevensdatabank, is enkel van toepassing voor opname van producten in de databank en dus niet voor gebruik in EPB-aangiftes. Bovendien is de overgangsfase hiervoor al verstreken. De omrekening moet gebeuren volgens bijlage G van de EPW-methode. Het is niet vastgelegd wie die rendementsbepaling mag doen. Het maakt dus niet uit wie dit doen, zolang het maar correct gebeurt volgens de specificaties uit bijlage G.”

Woningen waarvan de bouwaanvraag dateert van:
- ná 01/01/2012: vallen sowieso onder deze nieuwe regelgeving;
- vóór 01/01/2012: mogen gebruik maken van de oude testrapporten voor staving van hun dossier, tenzij de EPB-aangifte pas na 01/01/2013 gebeurt. Ook dan is de nieuwe regelgeving van toepassing.

Net zoals reeds enkele jaren het geval is voor isolatiematerialen, zonweringen, ventilatieroosters, … kan er nu een lijst opgesteld worden met technische gegevens van verschillende ventilatietoestellen die voldoen aan de eisen geformuleerd in de EPB-regelgeving. Dit maakt het makkelijker voor zowel bouwheer, architect, EPB-deskundige als installateur om een interessant toestel te kiezen. Deze gegevens zijn beschikbaar op www.epbd.be.
Deze lijst wordt voortdurend bijgewerkt en verschillende fabrikanten hebben nog een erkenningsprocedure lopen bij het Vlaams Energie Agentschap waardoor bepaalde namen/merken voorlopig nog ontbreken.
We merken evenwel dat er significante verschillen bestaan tussen de ‘oude’ en de ‘nieuwe’ benadering/fiches. Zo ligt het rendement nu gevoelig lager dan vroeger. Waar fabrikanten vaak goochelen met waarden van 90% of meer, blijkt nu dat dit in de meeste bouwprojecten niet van toepassing is. De huidige regelgeving houdt rekening met het ontwerpdebiet voor de woning/studio/… Hoe hoger dit debiet, hoe lager het thermische rendement.

Nuttig om te weten is dat, door het lagere thermische rendement, de invloed van de elektrische energie verbruikt door ventilatoren nog meer van belang is. Het is daarom aan te raden om niet alleen te focussen op een 1% of 2% hoger rendement, maar ook te letten op het verbruik van de ventilatoren. Het hoge verbruik van sommige toestellen kan, in de eindbalans, namelijk een grotere invloed hebben dan het thermisch rendement.

Hoewel de realisatie van deze databank zeker nuttig is, is het spijtig dat sommige bouwheren, wiens dossier lopende is, nu plots moeten voldoen aan een nieuwe regelgeving. Door strengere cijferwaardes van toestellen/technieken, zal het E-peil slechter/hoger uitvallen dan eerder gesimuleerd.
Denc!-studio betreurt dit ten zeerste, maar is gebonden door deplotse regelgeving opgelegd door de Vlaamse Overheid. De huidige situatie toont nog maar eens dat het beter is in eerste plaats in te zetten op de gebouwschil aangezien het verleden heeft uitgewezen dat er wat betreft technieken weinig standvastigheid te bespeuren is.