Denc Studio architecten -en studiebureau

 30.10.2012  |  nieuwe EPB-eis: minimum aandeel hernieuwbare energie

In nieuwe gebouwen en gebouwen die ingrijpend verbouwd worden, moet in de nabije toekomst een minimum hoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen worden gebruikt.

De nieuwe verplichting wordt opgelegd door de Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie (2009/28/EG) en is via een wijziging van het Energiebesluit, opgenomen in de Vlaamse energieprestatieregelgeving. Het wijzigingsbesluit met de bepalingen van het minimumaandeel hernieuwbare energie in de bouw, werd definitief door de Vlaamse Regering goedgekeurd op 28/09/2012.

Wanneer van toepassing?

De nieuwe eis is van toepassing op alle werkzaamheden waarvoor een melding wordt gedaan of een stedenbouwkundige vergunning wordt aangevraagd vanaf 1 januari 2014 én waarvoor een E-peileis geldt.
Voor scholen en kantoren van publieke organisaties geldt de verplichting al voor werkzaamheden waarvoor een melding wordt gedaan of een stedenbouwkundige vergunning wordt aangevraagd vanaf 1 januari 2013. 

Wat houdt de nieuwe EPB-eis precies in? 

Eengezinswoningen
Om aan de nieuwe EPB-eis te voldoen, moet de aangifteplichtige één van de zes maatregelen, zonneboiler, PV-installatie, biomassa, warmtepomp, stadsverwarming en -koeling, participatie in project voor productie van hernieuwbare energie, waarvoor de vergunningen verleend werden na 01/01/2014, toepassen in het bouwproject.
Voor bouwprojecten die niet één van de zes maatregelen volgens de geldende voorwaarden toepassen, wordt het maximaal E-peil 10% strenger.

Kantoren en scholen
Voor kantoren en scholen, kunnen de maatregelen, zonneboiler, PV-installatie, biomassa, warmtepomp, stadsverwarming en - koeling, participatie in project voor productie van hernieuwbare energie, gecombineerd worden om in totaal minstens 10 kWh/jaar per m² bruikbare vloeroppervlakte uit hernieuwbare energiebronnen te halen.
Voor bouwprojecten waarbij er minder dan 10 kWh/jaar per m² bruikbare vloeroppervlakte uit hernieuwbare energiebronnen wordt gehaald, wordt het maximaal E-peil 10% strenger.De berekeningsmethode van de hoeveelheid energie uit hernieuwbare bronnen (kWh/jaar.m²) is gebaseerd op de E-peilberekeningsmethode en is opgenomen in het wijzigingsbesluit.

Woongebouwen met meer dan één wooneenheid
Grote woongebouwen hebben de keuze tussen de eis die aan eengezinswoningen wordt opgelegd en de eis die voor kantoren en scholen geldt.
Voor bouwprojecten die niet één van de zes maatregelen voor eengezinswoningen, volgens de geldende voorwaarden, toepassen en die geen 10 kWh/jaar per m² bruikbare vloeroppervlakte uit hernieuwbare energiebronnen halen, wordt het maximaal E-peil ook 10% strenger.

Voorwaarden?

Voor elke van die maatregelen gelden een aantal voorwaarden om te garanderen dat het systeem voldoende hernieuwbare energie produceert (kwantitatieve voorwaarde) op een efficiënte wijze (kwalitatieve voorwaarde).